Brussels Gewest klasseert het Hoofdstedelijk Instituut Anneessens Funck deels als erfgoed - Vooruit.brussels

Brussels Gewest klasseert het Hoofdstedelijk Instituut Anneessens Funck deels als erfgoed

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft beslist om het Hoofdstedelijk Instituut Anneessens Funck aan Groot Eiland als erfgoed op te nemen in de lijst van geklasseerde gebouwen. Dat kondigt Ans Persoons, Brussels staatssecretaris van Erfgoed en Stedenbouw, aan samen met Anaïs Maes, schepen van Stad Brussel bevoegd voor Stedenbouw en Nederlandstalig onderwijs. Het goed, dat haar oorsprong kent als de zetel van de Papeteries Corneille De Ruysscher, is opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed van Brussel dankzij van haar historische, artistieke, esthetische en stedenbouwkundige belang.

“Wanneer ik Anneessens Funck bezoek ben ik elke keer weer onder de indruk van de inkomhal en haar grandeur. De keramieken vloer, de mozaiëken en de glas-in-loodramen maken het gebouw iconisch. Het is een hele uitdaging om in dit Brusselse erfgoed een hedendaagse school te organiseren, maar tegelijk is het essentieel: respect the past, create the future”, gelooft Ans Persoons, staatssecretaris voor Erfgoed en Stedenbouw.
“Het gebouw waarin het Hoofstedelijk Instituut Anneessens Funck gevestigd is, is een schoolvoorbeeld van hoe unieke architectuur echt tot haar recht kan komen door het vakmanschap van diegenen die het gebouw en haar inrichting uitvoerden. Het is dan ook symbolisch dat dit pand dat vandaag geklasseerd wordt nog steeds een school huisvest die juist inzet op de technische en ambachtelijke vaardigheden die hiervoor nodig zijn”, voegt Anaïs Maes, schepen bevoegd voor Stedenbouw en Nederlandstalig onderwijs toe.

Het hoekgebouw van de voormalige papierfabriek en zijn monumentaal portaal vormen een belangrijk visueel element in het stedelijk landschap van de Fontainaswijk. Als goede huisvader heeft de Stad Brussel zorg gedragen voor dit hoogwaardig en bijzonder bouwwerk.

Op initiatief van Stad Brussel

De Stad Brussel diende als eigenaar van het pand in februari 2023 de beschermingsaanvraag voor bepaalde delen in. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen sprak zich vervolgens gunstig uit over de bescherming van het goed. Dit advies wordt gevolgd door de Brusselse regering. Zo worden nu bepaalde delen van de voormalige Papeteries De Ruysscher als monument beschermd.

Concreet gaat het om:

  • De straatgevels, zowel die naar de binnenkoer, als die van de berijdbare doorgang en die van het kleine paviljoen dat op het dak is gebouwd;
  • De inkomsas en de etalages van de kantoren van het gebouw van Ernest Acker
  • De trappenhuizen en hun doorgang, op alle niveaus;
  • De sanitaire kern op de tweede verdieping.
  • Het ‘hek’-lokaal onder het monumentale portaal, de sanitaire voorzieningen, de kleedkamers en de toiletten in de kelderverdieping
  • De volledige begane grond van het gebouw van architect Eugène Dhuicque, namelijk de hal, gangen, vergaderzalen en administratieve kantoren

Van papierbedrijf tot onderwijsinstituut

De geschiedenis van het Hoofdstedelijk Instituut Anneessens Funck gaat terug tot het begin van de 20ste eeuw. In 1905 liet het papierbedrijf Papeteries Corneille De Ruysscher werkplaatsen bouwen aan Groot Eiland, naar plannen van architect Ernest Acker. Het bedrijf floreerde en kreeg vestigingen in steden als Antwerpen, Bergen, Charleroi en zelfs Parijs en Londen.

Het succes zorgde ook voor een uitbreiding van de Brusselse zetel. Die werd tussen 1924 en 1927 voltooid op basis van plannen van architect Eugène Dhuicque. In 1949 werd de vestiging opnieuw uitgebreid, naar Groot Eiland 35, al is dat deel niet opgenomen in de bescherming. Na de verhuis van het papierbedrijf naar Frankrijk begin jaren 1960 kocht de Stad Brussel de site op in 1968, om het vervolgens om te vormen tot het technisch instituut Anneessens Funck.

De bijdragen van de architecten en ontwerpers:

  • Architect Ernest Acker (1852-1912) wijdde het grootste deel van zijn carrière aan lesgeven en liet slechts een klein oeuvre na, waarvan de Papeteries De Ruysscher een belangrijk voorbeeld blijven. Hij ontwierp de eerste kern van Papeteries De Ruysscher in een eclectische stijl, waarin de polychromie van natuurlijke materialen (hardsteen en rode baksteen) in combinatie met wit geglazuurde baksteen het belangrijkste decoratieve effect creëerde.
  • Eugène Dhuicque (1877-1955) werkte vaak in een art-decostijl met Franse invloeden. Hij ontwierp de uitbreiding van de Papeteries in art-decostijl. De sobere geometrische lijnen van de gevels met lichtgekleurde baksteen en natuursteen worden gecombineerd met een veelheid aan materialen in warme, levendige kleuren voor veelkleurige afwerkingen: de rijke marmeren vloeren van de inkomhal, de keramische versieringen op de luifel en in de inkomhal, het groene marmerstuc, de mozaïeken en het gekleurde glas van de daklichten en glas-in-loodramen.
  • Armand Paulis (1884-1979) was de ontwerper van de raamkartons en waarschijnlijk ook van de keramiekdecoraties in de uitbreiding van de Papeteries, was een Belgische kunstenaar, schilder, tekenaar, keramist, mozaïekschilder, glas-in-loodkunstenaar en ijzerbewerker. Paulis werkte samen met verschillende architecten uit het interbellum, waaronder Dhuicque maar ook Paul Bonduelle en Fernand Petit, aan de binnenhuisdecoratie van gebouwen.
  • Maurice Dhomme (1882-1975) was een Franse keramist die tijdens het interbellum aan de decoratie van veel kerken werkte. De decoraties die voor de Papeteries zijn gemaakt, zijn opmerkelijk goed bewaard gebleven. Ze doen denken aan de papierproductie, waarvoor bomen (eiken- en loofdecoraties) en water (glas-in-loodraam in de inkomhal) nodig zijn. Op het monumentale portaal staan bovendien een pers en een tandwiel, samen met een hoorn des overvloeds, een symbool van welvaart.