Portret van Ilyas Mouani – kandidaat op de Vooruit.brussels lijst - Vooruit.brussels

Portret van Ilyas Mouani – kandidaat op de Vooruit.brussels lijst

Bekijk hier het verhaal van Ilyas Mouani. Hij wil Brusselse jongeren stimuleren en motiveren om hun dromen waar te maken. Getekend door Brussel kent hij maar al te goed de situatie op het terrein.

 

Ik sta op de lijst van Vooruit.brussels. 

Niet om zo de zoveelste politieker te worden, ik heb concrete ambities. 

Om te begrijpen hoe ik tot deze beslissing ben gekomen, vertel ik jullie drie verhalen.  

Mijn eerste verhaal is het verhaal van mijn jeugd. Mijn jeugd is die van veel Brusselse jongeren met een migratieachtergrond

Ik groeide op in Modelwijk in Laken. 

Als kind van gescheiden ouders leefde ik vaak op straat.  

Op school was ik niet de beste leerling, maar ook niet de slechtste. Als ik beter Nederlands had gesproken was het makkelijker geweest. Toen het bij mij thuis te moeilijk werd, heb ik twee jaar bij mijn grootmoeder gewoond. Het is belangrijk om te begrijpen dat school geen prioriteit is voor een kind met een moeilijke thuissituatie, een kind dat geen rustige thuis heeft of zelfs honger lijdt. Die kinderen hebben andere dingen aan hun hoofd. 

In het secundair begonnen de problemen. Van een beïnvloedbare jongen werd ik de jongen die anderen beïnvloedde. Ik leefde op de straat, had vrienden die soms dingen deden die niet ok waren. Als je geen geld hebt, is het verleidelijk om kleine vergrijpen te plegen die je 50 euro opleveren. Daarmee konden we op café. Ik vloog buiten op een school en in mijn nieuwe klas veranderde ik van een volger in een leider. 

Tegelijkertijd was er de jeugdwerking. Daar zocht en vond ik zinvolle vrijetijdsbesteding. 

Ik kende de wereld van de straat en de kleine criminaliteit en die van het jeugdwerk en de dingen die we daar realiseerden. Ik pendelde tussen die twee werelden. De wereld van de kleine criminaliteit was niets voor mij, terwijl ik in de wereld van het jeugdwerk kon groeien en mijn eerste succeservaringen had. Op school zei men constant wat ik niet kon, in het jeugdwerk kreeg ik vertrouwen en verantwoordelijkheid. 

Daarom blijf ik jeugdwerk en jeugdhulp als een van mijn prioriteiten zien. Als jongeren iets uitsteken moeten ze gestraft worden, maar het is veel nuttiger om in te zetten op preventie. De huidige jeugdorganisaties bereiken een te groot deel van Brusselse jongeren niet. Ik ken hun noden, vind dat ze meer inspraak moeten hebben en zeker dat ze hun dromen moeten kunnen waarmaken.  

Mijn tweede verhaal is er een van keuzes maken

Toen ik bijna 18 was, belandde ik door een stommiteit voor twee maanden in de jeugdgevangenis. Ik zat opgesloten in de gevangenis van Tongeren die er om bekend staat heel streng te zijn. Op de dag van mijn vrijlating ben ik gaan eten met mijn advocaat. Zij zei me dat mijn krediet nu op was en dat ik de volgende keer naar het Justitiepaleis zou moeten en mijn leven gedaan zou zijn. Zij gaf me een hele strenge preek en hield me een spiegel voor.  

Ik besefte toen dat ik zelf kon kiezen wie ik wilde worden: “De stoere Ilyas die soms verkeerde dingen deed of gewoon de Ilyas die zijn leven in eigen handen neemt en goed wil doen.” Ik heb toen besloten dat ik nooit meer voor een rechter zou verschijnen.  

Mijn strenge opsluiting en haar preek hebben me doen beslissen om niet meer die kerel van de straat te zijn. En ik heb mijn leven zelf in handen genomen.  

Ik was alleen, ik was thuis niet meer welkom, maar ik ben tot op vandaag trouw gebleven aan mijn keuze. Het was goed dat ik mijn vrijwilligerswerk bij de jeugdwerking weer kon oppikken. Vroeger leefde ik in verschillende werelden. Vanaf dan viel het jeugdwerk samen met mij. 

Doordat ik zelf heb besloten om te veranderen sta ik achter mijn keuze. Jongeren moeten gemotiveerd worden. De beste manier om jongeren van de straat te halen, is ze een alternatief te geven te geven en ze ook letterlijk “van de straat” te halen. Hobby’s, bezig zijn met dingen, het is toxisch om in de wijk te blijven hangen. 

Een job is vaak de enige mogelijkheid om uit de criminaliteit te blijven. Ik ken gasten die er diep inzitten maar die er heel graag uit willen. Het is een hard leven, ze kunnen geen gezin stichten en zijn vaak op de vlucht. Heel vaak vragen ze me of ik geen reguliere job voor hen heb. Omdat zij ook verlangen naar een rustig leven en een gezin. Niet allemaal, maar ze bestaan.  

Ik wil een goed politicus zijn, een socialistisch politicus en toch kunnen pleiten voor strengere straffen. Pamperen helpt niet. Het is gewoon niet normaal dat als je een feit pleegt, dat je de dag nadien weer op straat rondhangt. Mij hebben ze goed gestraft en dat heeft goed gewerkt. Justitie moet de middelen krijgen om de zaken op te volgen. Nu is er frustratie bij alle partijen. De straffeloosheid in Brussel moet worden aangepakt. 

Mijn derde verhaal gaat over durven dromen…

Als kleine jongen heb ik vaak “ocharme” gehoord, maar die “ocharme” bracht mij niks. Toen ik ging solliciteren voor mijn huidige job bij Kinepolis heeft mijn baas me gezegd dat hij meer in me zag. En hij vond dat ik in aanmerking kwam voor een job op een hoger niveau. Dat was me nog niet vaak overkomen en ik vroeg wanneer ik moest komen om voor die job te solliciteren. Nu meteen zei hij. We deden het gesprek en ik had de job. 

Werken is heel belangrijk, kansen krijgen geeft je vleugels. Daarom is het belangrijk om mensen die willen werken te stimuleren. Ik hoor te veel mensen die zich afvragen waarom ze werken. Laat mensen die werken meer overhouden. Stimuleer kansen voor jongeren die willen werken.  

Ik werd voorzitter van de VGC-jeugdraad, ik richtte Nakama op, een eigen jongerencollectief dat zich inzet voor de Brusselse jeugd. Plekken creëren waar jongeren zich thuis voelen en waar ze zelf initiatief kunnen nemen.  

Ik wil mensen helpen. Jeugdwerk alleen is niet meer genoeg. Ook de politiek moet veranderen anders blijven we dweilen met de kraan open. 

Ik ga niet in de politiek om op een lijst te staan en niks te doen. Ik wil me nu inzetten voor de groeikansen van de Brusselse jeugd. Ik wil geen dingen aan mensen beloven en ze niet waarmaken. Als ik kan groeien en in het parlement geraken dan kan ik dingen doen die echt impact hebben.